Terug naar overzicht
± 4 min

Wat is de plek van kosten zonder nut op een schadestaat?

Kosten zonder nut is een schadepost. Kosten zonder nut gaan over kosten die een letselschadeslachtoffer al heeft gemaakt, maar die hem of haar geen nut of plezier bieden, door het ongevalsgerelateerde letsel.

Voorbeelden van kosten zonder nut, zijn:
• kosten van een al geboekte vakantie, die na een ongeval geannuleerd dient te worden;
• kosten voor een abonnement, waarvan wegens het letsel geen gebruik meer gemaakt kan worden (denk aan een sportschoolabonnement);
• producten die net voor het ongeval zijn aangeschaft, maar waarvan wegens het letsel geen gebruik worden gemaakt;
• en kosten voor veerteer en bedankjes voor ziekenbezoek.

Zodra ik kosten zonder nut opvoer op een schadestaat, krijg ik vaak van de verzekeraar te horen dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen als afzonderlijke schadepost. Wel kunnen volgens de meeste verzekeraars kosten zonder nut worden meegenomen bij de begroting van de omvang van het smartengeld. Om de volgende twee redenen is dit een zeer opmerkelijke houding van de verzekeraar.

Kosten zonder nut is een vorm van materiële schade

Ten eerste, een smartengeldvergoeding dient ter compensatie van immateriële schade, zoals pijn, leed en verdriet, terwijl kosten zonder nut overduidelijk een vorm van materiële schade is. Een belangrijk kenmerk van materiële schade is namelijk dat de omvang kan worden begroot aan de hand van declaraties, nota’s en kassabonnen. Laat het nu net zo zijn dat kosten zonder nut aan de hand van de eerdergenoemde betaalbewijzen begroot kan worden.

Transparantie en onderbouwing van de letselschadeclaim

Ten tweede, het is bevorderlijk voor de transparantie en de onderbouwing van een letselschadeclaim dat kosten zonder nut worden opgevoerd als aparte schadepost op de schadestaat. Kosten zonder nut kunnen namelijk worden onderbouwd met nota’s en bankafschriften, iets wat een verzekeraar normaal gesproken erg aanspreekt.

Een lagere schadelast

De vraag die nu rijst is waarom een verzekeraar in de regel het niet wenselijk acht om de schadepost kosten zonder nut apart op te voeren op de schadestaat, maar het wel wenselijk acht om kosten zonder nut mee te nemen bij de begroting van de omvang van het smartengeld. De achterliggende gedachte voor de verzekeraar om deze strategie te hanteren is overduidelijk. De verzekeraar hoeft dan minder te betalen. Bij het bepalen van de omvang van het smartengeld, wordt namelijk zelden tot nooit rekening gehouden met kosten zonder nut. Hierdoor hoeft een verzekeraar geen kosten zonder nut te vergoeden en blijft de omvang van de smartengeldvergoeding ongewijzigd in een vergelijkbare situatie waarbij er geen kosten zonder nut zijn. Zo heb ik zelf nog nooit met een verzekeraar een gesprek gevoerd of zij de door hen geboden smartengeldvergoeding met € 20,- willen verhogen, wegens een niet gebruikt sportabonnement.

Rechterlijke uitspraken kosten zonder nut

Gelukkig heeft de rechterlijke macht in Nederland meerdere malen geoordeeld dat kosten zonder nut voor een vergoeding in aanmerking komen. Zo heeft de rechtbank in Gelderland in zijn uitspraak van 20 juli 2016 geoordeeld dat de kosten voor een ongebruikte sportschoolabonnement voor een vergoeding in aanmerking komen, zie hier.

Daarnaast heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 2 juni 2015 in zijn arrest geoordeeld dat de contributie van een tennisvereniging, het lesgeld voor het volgen van keyboardlessen en extra kosten voor verteer/bedankjes voor personen die bij het letselschadeslachtoffer op bezoek kwamen, ook door de aansprakelijke partij diende te worden vergoed, lees hier.

Aan een letselschadeslachtoffer wil ik het advies geven om altijd aan te kloppen bij een belangenbehartiger, als er ook maar enige twijfel bestaat of met de geboden financiële compensatie de volledige schade is vergoed.

Geschreven door: