Terug naar overzicht
± 3 min

Een ongeval tijdens werktijd; werkgeversaansprakelijkheid

Een ongeval tijdens werktijd kan iedereen overkomen. De ongevallen kunnen divers zijn: het vallen van een keukentrapje tot het werken met gevaarlijke stoffen. Sommige werknemers lopen meer risico op slachtoffer te worden van een ongeval tijdens werktijd dan andere werknemers.

Letselschade na een arbeidsongeval komt helaas dagelijks voor en kan voor de betreffende werknemer een grote impact hebben. Wie kun je formeel aansprakelijk stellen voor de geleden en nog te lijden (letsel)schade?

In de uitoefening van zijn werkzaamheden

De werknemer dient te stellen en te bewijzen dat hij schade heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Dit gaat om het bewijzen van het causaal verband tussen de werkzaamheden en het letsel.

Bij arbeidsongevallen is de vraag of het ongeval heeft plaatsgevonden in de uitoefening van de werkzaamheden een discussiepunt. Dit speelt met name wanneer het ongeval (net) buiten werktijd of buiten de gebruikelijke werkplek gebeurt.

Een voorbeeld is een recente casus waarbij een supermarktmedewerkster haar werkgever aansprakelijk stelde voor een val als gevolg van een stukje gladde vloer. Zij had net haar werkzaamheden beëindigd en zij deed boodschappen voor eigen gebruik. De Rechtbank oordeelde dat zij zich in de winkel bevond als klant en de val niet tijdens de uitoefening van haar werkzaamheden was gebeurd (bekijk hier de hele uitspraak). De medewerkster ving dus bot.

Zorgplicht van de werkgever

Als de werknemer met succes bewijst dat hij schade heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden, dan is de werkgever aan zet om te stellen en te bewijzen dat hij heeft voldaan aan de op hem rustende zorgplicht. Het gaat om een vergaande zorgplicht. De werkgever is verplicht de werkplekken veilig in te richten, de gereedschappen en de werktuigen te onderhouden en de werknemer te voorzien van duidelijke instructies en scholing, zodat de werknemer geen gevaar loopt of schade oploopt tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Een zaak waarin de werkgever volgens de rechtbank aan geen van deze verplichtingen had voldaan, is de zaak die speelde bij de Rechtbank Oost-Brabant. Een personal assistent die in opdracht van zijn werkgever de dakgoten van diens huis schoonmaakte, kwam ten val nadat hij op een keukentrapje was geklommen dat hij in de dakgoot had gezet. Daarbij liep de personal assistent ernstig letsel op. In haar vonnis van 29 augustus 2017 oordeelde de rechtbank dat de werkgever aansprakelijk is, omdat hij had nagelaten om (duidelijke) instructies te geven, om hulpmiddelen ter beschikking te stellen om het valgevaar te voorkomen en te beperken en omdat er geen toezicht werd gehouden op de werkzaamheden (bekijk hier de hele uitspraak).

Bewijslast

Bij arbeidsongevallen is sprake van een omkering van de bewijslast zoals neergelegd in artikel 150 Rechtsvordering. Dit is ter bescherming van de werknemer. De werkgever moet aantonen dat het ongeval niet aan hem te wijten is in plaats van dat de werknemer moet bewijzen dat de werkgever schuldig is aan het ongeval. Dit is derhalve een omkering van de gebruikelijke bewijsregel: “wie eist bewijst”. Er zijn uitspraken vindbaar waarbij de door de Hoge Raad ontwikkelde omkeringsregel niet altijd een redder in nood is voor de werknemer.

Goed werkgeverschap

Naast de hoofdregel van werkgeversaansprakelijkheid zoals neergelegd in artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek (BW), wordt ook met regelmaat een beroep gedaan op artikel 7:611 BW: goed werkgeverschap. Artikel 7:611 BW wordt gezien als een soort vangnetartikel waardoor de verhouding tussen werkgever en werknemer ingekleurd wordt volgens de regels voortvloeiend uit de redelijkheid en billijkheid. Als niet direct aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW kan worden aangenomen, dan kan ook artikel 7:611 BW worden toegepast. 

Zodra duidelijk is dat de aansprakelijkheid bij de werkgever op grond van artikel 7:658 BW dan wel op grond van het vangnet van artikel 7:611 BW ligt, moet de schade van de werknemer worden vergoed.

Resumerend

Uit het bovenstaande blijkt dat artikel 7:658 BW een ruime zorgplicht legt op de werkgever om te voorkomen dat werknemer schade oploopt tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden. Hoe ver de zorgplicht reikt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Het is geen gemakkelijke opgave om bewijs aan te leveren dat de werkgever voldaan heeft aan het treffen van maatregelen om de werkplekken en werktuigen waarmee gewerkt worden, zijn ingericht om schade te voorkomen en het geven van goede instructies en scholing aan werknemers.

Vergeet daarbij ook niet dat de werknemer een lastige taak heeft om de causaliteit tussen de werkzaamheden en de schade te bewijzen.

Heb jij een ongeval tijdens werktijd gehad en heb je hierbij letselschade opgelopen? Neem contact met ons op. Vertel ons precies wat er gebeurt is en wij helpen je om de meest rechtvaardige letselschadevergoeding te claimen.