Cliënt (24) wordt in juli 2006 in de hoedanigheid van kleine en startende aannemer ingehuurd voor het monteren van diverse tussenwanden op een verdiepingsvloer van een in aanbouw zijnde televisiestudio van een productiemaatschappij. De te monteren wanden worden met een kraan op de verdiepingsvloer geplaatst waar cliënt ze met zijn twee werknemers weghaalt voor de montage. De wanden staan echter dicht op de rand van de verdiepingsvloer en er is geen randbeveiliging geplaatst. Cliënt stapt op een gegeven moment te ver achteruit en valt een aantal meters omlaag. Hij loopt daarbij ernstig en onherstelbaar letsel op. Cliënt, die net een eigen onderneming is gestart, wordt volledig arbeidsongeschikt en heeft na het ongeval geen inkomen meer. Daarnaast had hij een stuk grond gekocht, waarop hij zijn eigen huis zou gaan bouwen. Door het ernstige letsel kan dit geen doorgang vinden. Zijn bedrijf moet hij bij de Kamer van Koophandel laten uitschrijven.
De eerste belangenbehartigers blijken traag en zonder succes te werken. Vervolgens komt cliënt bij Jurilex terecht. Jurilex ziet in dat de betrokken partijen, te weten een projectleider, de eigenaar van de opstal, een hoofdaannemer en diverse onderaannemers, naar elkaar zullen blijven wijzen voor wat betreft de verantwoordelijkheid ten aanzien van het aanbrengen van de randbeveiliging.
De zaak wordt daarom al snel in handen gegeven van de procesadvocaat van Jurilex die de vijf partijen en twee verzekeraars nog eenmaal de kans geeft, eventueel gezamenlijk, te bevestigen dat de schade van cliënt wordt vergoed. Hierop wordt niet of ontkennend geantwoord.
Vervolgens worden zeven dagvaardingen uitgebracht. Drie dagen voordat de zaak voor de rechtbank dient, ontvangt de advocaat van Jurilex Letselschade een fax van een van de verzekeraars met daarin de mededeling dat de schade van cliënt zal worden vergoed. De procedure kan vervolgens worden geroyeerd en de schaderegeling kan in gang worden gezet.