Cliënte wordt in 1991 geopereerd aan een hersentumor. Hierdoor loopt zij verlammingsverschijnselen op aan haar linker lichaamshelft en belandt deels in de WAO.
Op 31 december 2004 wordt cliënte (inmiddels 38) het slachtoffer van een kop-staartbotsing met als gevolg een whiplash aan haar ‘goede’ rechterzijde. Zij belt de ene na de andere belangenbehartiger en krijgt van maar liefst zeven (!) verschillende belangenbehartigers dezelfde afwijzing te horen: ‘Mevrouw, u had al zulke klachten voor het ongeval. Uw klachten zijn niet te bestempelen als ongevalsgevolg en dus niet verhaalbaar. Helaas kunnen wij uw zaak niet in behandeling nemen …’. Teneinde raad belt zij uiteindelijk Jurilex.
Direct na het eerste telefonisch contact is mevrouw thuis bezocht, waardoor er een goed beeld ontstaat van de situatie waarin zij zich bevindt. De persoonlijke omstandigheden worden in kaart gebracht evenals de impact van het ongeval op het dagelijks functioneren van cliënte. De verzekeraar van de achterop rijdende auto erkent vrij snel de aansprakelijkheid. Echter, de discussie spitst zich toe op het causale verband: welke schade is nu het gevolg van het ongeval en welke schade had mevrouw al als gevolg van de hersentumor in 1991?
Na een discussie van ongeveer een jaar – veelal tussen de medisch adviseurs van beide partijen – wordt uiteindelijk overeenstemming bereikt over een minnelijke regeling die recht doet aan de schade van mevrouw. Aan haar wordt een bedrag voldaan van € 24.000,-, waar zij, gezien de omstandigheden, bijzonder gelukkig mee is.